Deinum

Het appeltjes verhaal

“It doalhôf fan Fryslân…..” zo werd Deinum vroeger ook wel genoemd. Dit vanwege het groot aantal weggetje, steegjes en om de ‘rare’ plaatsing van de Deinumer huizen. Schots en scheef. Dit verhaal over twee zusters verklaart dit laatsteHet Appeltjes verhaal

Niet ver van de Harlinger trekvaart en de kerk met de Sipel stond een mooi groot huis waar een vader en een moeder met hun twee dochters woonden. Omdat dit het enige huis in de wijde omtrek was, was het hier altijd erg rustig. Er gebeurde eigenlijk nooit wat. Dat vonden de vader en de moeder niet erg, maar de beide meisjes vonden dit maar niks. Bijna nooit kwam er iemand op visite, als je ging wandelen kwam je nooit iemand tegen en als je jarig was kon je helemaal geen feestje geven, omdat er geen vriendjes en vriendinnetjes waren. Nee hoor, helemaal niet leuk.

“Weet je wat ik wel zou willen?”, riep de jongste op een dag, “dat hier eens iets leuks gebeurde, iets ….. spannends! Elke dag is hier hetzelfde, bah, niks aan, zo saai!”

“Wat zou je dan willen”, vroeg de oudste,” dat de Sipel van de toren zou vallen, dat de trekvaart zou overstromen, of dat de koningin hier zou komen wonen?” “Ach nee, natuurlijk niet. Ik zou willen dat hier wat meer mensen woonden zodat je pret kon maken. Behalve die oude man van verderop kom je hier nooit eens iemand tegen.”

“Eigenlijk heb je wel gelijk”, zei de oudste. “Het zou veel  gezelliger zijn als hier meer mensen woonden. Maar ja, als er geen  huizen zijn, kan er ook niemand wonen.” “Ik heb een idee”, riep de jongste, “dan zorgen wij er toch voor dat hier huizen komen? Ik weet wel een mooie plek  langs het  kanaal; dat staat mooi.”  Haar zuster die nu ook enthousiast werd zei:  ‘”Welnee joh, om de toren heen bouwen, dat is veel gezelliger.” Nee hoor, want als je langs het kanaal woont kun je mooi naar de boten kijken en naar de vogels die erin zwemmen en dan kun je… “Ik wil ze om de toren bouwen” zei de oudste, “dan maak je tussen de huizen allemaal gezellige straatjes waar je …….

Daar ging de deur open en de vader stapte binnen. “Wat is hier aan de hand? Waar hebben jullie het over?” “Zeg pappa” zei de jongste, weet je wat wij zouden willen?” “Nou wat dan?” vroeg hun vader. “Een dorp bouwen zodat het hier wat gezelliger en vrolijker wordt” antwoordde de oudste.

“Zo, zo, en waar zouden die huizen dan moeten staan volgens jullie?” “Langs het kanaal” zei de jongste direct. “Om de toren!” zei de oudste zeer beslist.

Wat nu? Vader had een idee!

Hij zei: “Als jullie nu eens met een mand vol    appels de toren beklimmen. Als je helemaal boven bent mag je om de beurt een appel naar beneden gooien. Daar waar een appel is gevallen komt een huis te staan.” Dit vonden de zusjes een reuze goed  idee. Meteen gingen ze naar de keuken om een mand appels te halen. Ze klommen op de toren en gooiden om de beurt een appel naar beneden. Je begrijpt wel dat de appels nooit precies op de plaats terecht kwamen waar de zusjes dat graag wilden. De appel rolde bijvoorbeeld nog een heel stuk door of de wind blies hem de verkeerde kant op.Op de gekste plaatsen kwam een appel te liggen en overal waar een appel lag werd later een huis gebouwd.

Toen er genoeg huizen stonden moest het nieuwe dorp natuurlijk een naam hebben. Ze noemden het: Deinum. Nu weet jij waarom de huizen in Deinum zo kris kras rond de toren staan…